Blog: Kun je palmolie gebruiken en tegelijkertijd het regenwoud redden?

 

Hoe kunnen wij helpen met het redden van het regenwoud?  Marieke Leegwater, palmolie-expert bij Solidaridad en manager van SPOC, legt ons uit hoe een duurzame palmolieproductie een waardevolle bijdrage kan leveren aan het behoud van tropische bossen.

Vaak vragen vrienden en studenten mij of je met het kopen van palmolievrije producten het regenwoud kan redden. Een begrijpelijke vraag, maar hij maakt mij verdrietig. Niet alleen omdat het antwoord ‘nee’ is, maar vooral omdat de vraag voortkomt uit een versimpeld beeld van palmolie, dat is gebaseerd op eenzijdige reclamecampagnes die palmolie afbeelden als iets wat altijd slecht is. Ik denk dat dit eenzijdige beeld niet helpt om een goed geïnformeerde keuze te maken.

Aan palmolie kleeft het beeld van ontbossing van het regenwoud, en van uitbuiting van mensen. Maar inmiddels zijn er steeds meer bedrijven die het wél goed doen. Die laten zien dat je palmolie kunt produceren zonder ontbossing en die juist de leiding nemen bij het verbeteren van sociale omstandigheden  en het beschermen van het milieu, in het belang van de mensen en de natuur in producerende landen.

Als consument kun je bijdragen aan deze verbeteringen en dus ook aan het behoud van het regenwoud. Hieronder geef ik drie tips voor je gebruik van palmolie:

  • Koop producten gemaakt met gecertificeerde duurzame palmolie

Als je een duurzaam alternatief zoekt voor palmolie, kies dan voor duurzaam geproduceerde palmolie. 

Palmolie kan op een duurzame manier worden geproduceerd, zonder ontbossing. Sterker nog, duurzame palmolie kan juist bijdragen aan een gezond ecosysteem en speelt zelfs een belangrijke rol bij het redden van het regenwoud.

Dit komt doordat palmolie, van alle plantaardige oliën, de meeste olie per hectare oplevert. Zo levert een stuk land waarop oliepalmen worden verbouwd  6 tot 10 keer meer olie op dan andere gewassen. Oliepalmen leveren 35% van alle plantaardige oliën in de wereld, maar gebruikt daar maar 10% van de voor oliën gebruikte landbouwgrond voor.

Als palmolie op een duurzame manier wordt verbouwd, kan dit bijdragen aan het behoud van tropische bossen en alles wat daarin leeft. Zo heeft het team van de HUTAN Orang-utan Research Unit ontdekt dat orang-oetans oliepalmen gebruiken als voedselbron, als nest en als verbindingsroute dieper de tropische bossen in. Als plantages op een duurzame manier werken, dragen zij bij aan dit soort initiatieven en zorgen zij vaak samen met natuurbeschermingsorganisaties voor het behoud van de biodiversiteit en dat in het wild levende dieren niet gestoord worden.

Verder is het verbouwen van oliepalmen een zeer stabiele inkomstenbron voor miljoenen kleine boeren wereldwijd. Voor mensen die in armoede leven kan palmolie van groot belang zijn. De vruchten van oliepalmen kunnen namelijk elke twee weken worden geoogst, waardoor kleine boeren een stabiel inkomen hebben. Hiermee kunnen ze hun gezinnen voorzien van voedsel, gezondheidszorg, onderwijs en andere levensbehoeften. Zo draagt palmolie niet alleen bij aan de sociale en economische ontwikkeling van kleine boeren en hun gezinnen, maar ook aan die van grotere gemeenschappen in minder ontwikkelde gebieden. 

  • Koop niet zomaar ‘palmolievrije’ producten!

Misschien denk je dat het lastig is om producten te vinden met duurzame palmolie, en dat het kopen van palmolievrije producten een makkelijkere oplossing is. Ze hebben immers een groot label waarop staat dat ze gemaakt zijn ‘zonder palmolie’. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien een geweldig alternatief. In deze oplossing zit echter een cruciale denkfout: het vervangen van palmolie betekent niet dat de andere ingrediënten die gebruikt worden wél duurzaam en ethisch zijn.

Het punt is namelijk dat alle producten en ingrediënten een impact hebben op het milieu. Door palmolie te vervangen, missen we de kans om verantwoordelijkheid te nemen voor de slechte praktijken in de sector. En daarmee ook om ervoor te zorgen dat we wel een duurzame palmolieketen krijgen. Door te kiezen voor een palmolievervanger dragen we in plaats daarvan helaas bij aan andere negatieve gevolgen. 

Om een vergelijking te maken die dit verduidelijkt: er bestaat bijvoorbeeld illegale houtproductie, maar dat betekent niet dat we, als consumenten, direct moeten overstappen op plastic. Juist door op duurzame productie aan te dringen zorgen we er met elkaar voor dat hout van duurzame origine en gecertificeerd is. Met palmolie is dat niet anders. Zo is er een wereld van verschil tussen niet-duurzame en duurzame palmolie.  

Op dit moment is 86% van de palmolie die in Europa binnenkomt RSPO gecertificeerd. Dit wil dus zeggen dat het grootste gedeelte van de producten met palmolie die in Europa worden verkocht, gelukkig al bijdragen aan duurzaamheid. Door de producten te kopen die gemaakt zijn met duurzame palmolie, steun je als consument bedrijven die in verantwoorde palmolie investeren. Want als de vraag naar duurzame producten zou afnemen, dan zouden ook de positieve prikkels om deze belangrijke investeringen voort te zetten wegvallen. Dan gaat het niet lukken om de hele sector te transformeren.

Koop dus vooral geen alternatieven, maar koop producten met duurzame palmolie. Voor een overzicht van de bedrijven achter jouw favoriete merken, en hun inzet voor duurzame palmolie, kun je naar de WWF Scorecard kijken.

  • Steun duurzame palmolie projecten

Behalve de keuze die je als consument maakt, kun je nog meer doen ter bescherming van het regenwoud. Je kunt initiatieven steunen die duurzame praktijken in de palmoliesector verder helpen.

Om duurzame palmolie te kunnen produceren hebben kleine boeren kennis en middelen nodig. Ongeveer 40% van de palmolie die in de wereld wordt geproduceerd, wordt verbouwd door kleine boeren. Verdeeld over de hele keten zijn er miljoenen boeren die door verschillende omstandigheden niet in staat zijn het maximale uit hun land te halen. Ze hebben bijvoorbeeld te weinig geld of onvoldoende technische middelen, of onvoldoende capaciteit om mee te kunnen doen aan certificeringsprogramma’s. 

Dit heeft tot gevolg dat kleine boeren vaak niet in staat zijn om een leefbaar inkomen te genereren. Daar komen de prijsdalingen in de wereldwijde palmoliemarkt nog bij, waardoor hun afhankelijkheid van goedkope en niet-duurzame productiemethoden helaas wordt vergroot. Door kleine boeren te helpen kunnen we ervoor zorgen dat ze wél duurzaam produceren. 

Dit jaar zijn Solidaridad en IDH gestart met een project dat zich specifiek richt op kleine boeren: ‘the National Initiatives for Sustainable and Climate Smart Oil Palm Smallholders’, oftewel NI-SCOPS. Dit project hebben deze organisaties samen met vier producerende landen Indonesië, Maleisië, Ghana en Nigeria, en de Nederlandse overheid opgericht. Met NI-SCOPS hebben deze landen zich gecommitteerd om de problemen binnen de palmolieketen aan te pakken. Het project betrekt de boeren, en helpt hen met het verhogen van de productiviteit op hun plantages door ‘best practices’ te gebruiken. Het project helpt hen ook om gebruik te maken van belangrijke innovaties in de sector. Ook leert dit project boeren hoe ze zich beter kunnen wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering en tegelijkertijd bij te  dragen aan minder CO2-uitstoot door efficiënt grondgebruik. 

Voor meer informatie over hoe projecten zijn te steunen, klik hier:  https://www.solidaridadnetwork.org/ni-scops of https://www.idhsustainabletrade.com/ni-scops/

Conclusie: kies voor oplossingen die werken

 

Is het gebruiken van producten met duurzame palmolie genoeg om het regenwoud te redden? Nee zeker niet. De problemen van onze planeet zijn groter dan die van palmolie. De verduurzaming van de palmolieproductie levert een waardevolle bijdrage aan het behoud ervan.

Dus in plaats van grote statements te maken over het vervangen van palmolie, is het beter om de juiste vragen te stellen: Wat zijn de problemen in de palmolieketen? En hoe kunnen we deze problemen oplossen?