Palmolie is een bijzonder product. Met name haar veelzijdigheid heeft er voor gezorgd dat de olie, die afkomstig is uit de oranjekleurige vruchten van de oliepalm, de meest gebruikte plantaardige olie ter wereld is. Niet voor niets vind je het vandaag de dag terug in ongeveer 60% van alle samengestelde producten in de supermarkt. Het wordt bijvoorbeeld veel gebruikt bij het produceren van koekjes. Palmolie zorgt er voor dat die lekker krokant en knapperig blijven. Maar het zit ook in margarine, die er dan juist weer smeuïg en goed smeerbaar door wordt.

Met palmolie kunnen we dus enorm veel. Ongeveer 35% van alle gebruikte plantaardige oliën wereldwijd is palmolie. Toch is hiervoor slechts 10% van de voor olie bedoelde landbouwgrond nodig. Dus vergeleken met andere gewassen levert de oliepalm per hectare zeer veel op. Deze hoge opbrengst in combinatie met haar multifunctionaliteit is ook de reden dat het niet eenvoudig is om palmolie te vervangen  door andere oliën zonder dat er kwaliteitsverlies optreedt.

 

De hoge opbrengst per hectare ten spijt, ook bij palmolie zorgt een niet-duurzame manier van produceren voor negatieve gevolgen. Duurzame productie daarentegen draagt bij aan de bescherming van de biodiversiteit in tropische bossen. Sterker nog: 100% duurzame productie zou er voor zorgen dat er geen ontbossing meer nodig is. Daarnaast creëert het kansen voor miljoenen kleinere boeren wereldwijd.

De weg naar duurzame palmolie

Om de wereldwijde palmolieproductie duurzaam te maken is er een internationaal platform in het leven geroepen: de ‘Roundtable on Sustainable Palm Oil’ (RSPO). Het Wereld Natuur Fonds, Oxfam Novib, Solidaridad, en diverse lokale NGO’s maken deel uit van dit platform. Het werd opgericht door een samenwerkingsverband tussen maatschappelijke organisaties en de industrie. Nu zijn er al bijna 5000 leden.

Autoojes boer klein

De RSPO heeft een aantal principes en criteria waaraan duurzame palmolie zou moeten voldoen. Denk hierbij aan:

  • De productie van palmolie mag op geen enkele manier tot ontbossing leiden. Daarnaast moeten HCV en HCS bossen (oftewel: bossen met een grote sociale- en milieutechnische waarde) in de omgeving van palmolieplantages worden beschermd. Ook is er een totaalverbod voor palmolieplantages op veenland.
  • Een eerlijk loon voor werknemers in de palmolieketen. Hiervoor wordt een rekenmethode gebruikt die ontwikkeld is door de Global Living Wage Coalition.
  • Het bieden van bescherming aan kwetsbare groepen. Voorbeelden zijn binnen de keten werkzame migranten en vrouwen. Daarnaast wordt er gedoeld op mensenrechtenverdedigers en inheemse gemeenschappen die met de palmolie productie te maken krijgen.
  • Betere leef- en werkomstandigheden voor werknemers.

De RSPO Principes & Criteria (P&C) worden iedere vijf jaar geëvalueerd. Daarnaast moet de RSPO ervoor zorgen dat de jaarlijkse evaluaties van de naleving strikt worden uitgevoerd. Volgens een recente analyse van natuurorganisatie IUCN is de RSPO standaard de meest strikte certificering die er is voor de palmoliesector.

Analyse van IUCN